Meerdere dagelijkse injecties

Er is geen twijfel over mogelijk: insuline heeft het leven van mensen met diabetes veranderd. Het grootste probleem met insuline is weten wanneer het moet worden toegediend, zodat het zo lang mogelijk werkt en het drukke leven van de diabetespatiënt niet ontregelt.

Sinds de ontdekking en het gebruik van insuline experimenteren artsen al met manieren om het geneesmiddel beter te kunnen toedienen, zodat de diabetespatiënt niet gebonden is aan strak geplande maaltijden om grote schommelingen in de bloedglucosespiegel te vermijden. Teveel lichamelijke activiteit tussen de maaltijden in kan tot een scherpe daling van de bloedglucosespiegel leiden, met lusteloosheid, duizeligheid, trillende handen, zweten en flauwvallen. Te vroeg eten of te veel suiker gebruiken zonder tegenwicht van voldoende insuline, kan tot een piek in de bloedglucosespiegel leiden, met buitensporige dorst, veel urineren en vermoeidheid.

Het systeem met meerdere dagelijkse injecties (MDI), is een manier om flexibeler met type 1 diabetes om te gaan. Na onderzoek naar de voordelen van de insulinepomp (waarbij anders dan bij de injecties die eenmaal per dag worden gegeven een kortwerkende insuline wordt gebruikt) begonnen artsen te zoeken naar alternatieven voor mensen zonder insulinepomp om hun bloedglucosespiegel beter onder controle te krijgen.

Om te begrijpen hoe een insulinepomp of meerdere dagelijkse injecties van nut kunnen zijn, moeten we eerst kijken naar de soorten insuline die verkrijgbaar zijn.

Kortwerkende insuline – Gewone kortwerkende insuline, soms oplosbare insuline genoemd, wordt vóór het eten toegediend als bolusinjectie.

Langwerkende insuline – Insuline die eenmaal per dag wordt gegeven en 24 uur werkzaam is.

Middellangwerkende insuline – Wordt gebruikt als basisinsuline wanneer meerdere injecties per dag worden gegeven.

Intraveneuze insuline – Buitengewoon snel werkende insuline met een halveringstijd van drie tot vijf minuten.

Het MDI-systeem biedt diabetespatiënten meer controle over hun leven en ziekte. Ze worden niet langer gedwongen op vaste tijdstippen te eten, zoals opgelegd door hun behandeling. Met MDI wordt ook de natuurlijke manier van insulineafgifte door het lichaam beter nagebootst. Een gezonde alvleesklier geeft pas insuline af als het nodig is. Diabetespatiënten die hun glucosespiegel in de gaten houden en hun insuline daarop afstemmen, kunnen op wisselende tijdstippen grote en kleine maaltijden gebruiken en zo flexibeler leven.

Het managen van uw diabetes is van vitaal belang voor het succes van MDI. Uw arts wil dan ook dat u uw glucosespiegel scherp in de gaten houdt om er zeker van te zijn dat uw lichaam goed op het MDI-schema reageert. MDI heeft veel voordelen, maar kent ook een andere kant.

Ten eerste vindt niet iedereen het even gemakkelijk om te leren bepalen hoeveel bolusinsuline er voor een maaltijd moet worden geïnjecteerd, omdat de hoeveelheid insuline afgestemd moet worden op wat de patiënt eet en dus telkens anders kan zijn. Een diabetespatiënt kan zenuwachtig worden van het idee elke keer een andere hoeveelheid insuline te moeten injecteren. Een patiënt die zich er na een paar weken nog steeds ongemakkelijk bij voelt, kan besluiten helemaal van MDI af te zien uit angst dat het niet lukt om de bloedglucose onder controle te houden.

Iemand die de verantwoordelijkheid voor zijn gezondheid niet goed aankan, is mogelijk niet geschikt voor MDI. Diabetespatiënten bereiken hier alleen resultaat mee als ze hun bloedglucose scherp controleren, goed eten en zich aan de richtlijnen voor MDI houden.

U moet tijd uittrekken om over uw maaltijden na te denken en een maaltijdplan op te stellen. Als u een diabetespatiënt bent die graag spontane dingen doet, dan is MDI voor u misschien niet de beste keus.

Voor de diabetespatiënt die bang voor vingerprikken is, is MDI geen goed alternatief: er is vier tot tien keer per dag een vingerprik nodig om de bloedglucosespiegel te controleren. Behalve vingerprikken krijgt de patiënt meerdere insuline-injecties per dag, waardoor het aantal naalden dat hij iedere dag moet verdragen nog groter wordt. Er zijn diabetespatiënten die vinden dat goede controle over hun diabetes opweegt tegen het ongemak, en er zijn nieuwe producten, zoals de insulinepen, die het toedienen van insuline makkelijker maken. Toch zien sommige patiënten het met MDI niet zitten vanwege het ongemak en de hoeveelheid werk die erbij komt kijken.

Een andere kwestie waar veel aandacht bij nodig is, is de maaltijdplanning. Als diabetespatiënten niet sterk zijn in goed plannen, dan is de kans groot dat ze in gewicht toenemen doordat ze zich veilig voelen bij de omvang van de voedselinname. Door af en toe af te wijken van het dieet, hoeven patiënten de controle over hun bloedglucose en caloriegebruik niet te verliezen, maar regelmatige vreetbuien leiden tot gewichtstoename omdat de insuline de extra calorieën opslaat als vet!

Het besluit wel of niet voor MDI te kiezen, hangt af van het individu. Het beste wat diabetespatiënten kunnen doen als ze hun ziekte onder controle willen houden, is MDI als mogelijkheid met hun arts bespreken.