Diabetesmanagement
De behandeling van type 1 diabetes omvat een continue controle van de bloedglucosewaarden. Hierbij gaat het om het bepalen van het dieet, lichaamsbeweging en insulinetoediening, en hierbij wordt rekening gehouden met de methode van insulinetoediening waarvoor de diabetespatiënt kiest. Bij het management op lange termijn moet echter ook aandacht worden geschonken aan regelmatig lichamelijk onderzoek, eventuele veranderingen in leefwijze en de effecten van het sociale leven en de gezondheid op de aandoening.
Iedereen bij wie de diagnose 'diabetes' is gesteld, moet een methode ontwikkelen voor het reguleren van de bloedglucosespiegel. Dat is het beste te realiseren via een strikt dagelijks regime van testen van de bloedglucosespiegel en het toedienen van insuline aan het lichaam. Hoe vaak er moet worden getest en hoeveel insuline nodig is, kan van patiënt tot patiënt sterk verschillen. Dat wordt bepaald door een groot aantal factoren: van de mate van lichaamsbeweging tot wat er allemaal gegeten wordt.
Het dieet van een diabetespatiënt kan vrij afwisselend zijn, maar er moet wel gelet worden op handhaving van een gezond gewicht via een dagelijks dieet dat rijk is aan groenten, fruit, eiwitten en vezelrijke koolhydraten.
Veel diabetespatiënten gebruiken vijf wat kleinere maaltijden per dag om zo goed mogelijk de streefwaarde voor de bloedglucosespiegel te bereiken, en sommigen gebruiken ook nog diverse tussendoortjes om dat te bereiken. Er blijven altijd momenten en gelegenheden waarbij aanpassing van de insulinetoediening nodig is, bijvoorbeeld bij een tussendoortje met veel suiker of koolhydraatrijk voedsel. Daar is natuurlijk niets op tegen zolang de diabetespatiënt er maar geen gewoonte van maakt. Te veel eten en een onevenwichtige insulinetoediening kan leiden tot gewichtstoename, waardoor het managen van uw diabetes nog moeilijker wordt.
De gewoonten op het gebied van lichaamsbeweging kunnen variëren van langeafstandsfietsen tot af en toe een wandelingetje. Lichaamsbeweging is goed voor het op peil houden van het lichaamsgewicht, helpt het lichaam beter gebruik te maken van insuline en helpt tegen de hart- en vaatproblemen die vaak als complicatie bij diabetes voorkomen. Iedere persoonlijke situatie moet worden onderzocht, waarbij aanpassing van de insulinetoediening nodig kan zijn.
Mensen met diabetes wordt aangeraden voorafgaand aan lichaamsbeweging de bloedglucosespiegel te controleren en zo nodig de hoeveelheid insuline aan te passen aan de hoeveelheid glucose die tijdens de lichamelijke activiteit verbrand gaat worden. Dit kan lastig en moeilijk te bepalen zijn, omdat factoren als het weer, het voedsel- en vochtgebruik, de duur van de activiteit en de algehele gezondheid grote invloed kunnen hebben op de hoeveelheid glucose die verbruikt wordt. Een algemene aanbeveling voor de diabetespatiënt is de glucosespiegel voor, tijdens en vooral na de lichaamsbeweging te controleren. Dat is de beste manier om erachter te komen hoe het lichaam reageert.
Diabetesmanagement op lange termijn betekent ook oplossingen zoeken voor problemen rond leefwijze, het sociale leven en de gezondheid. Diabetespatiënten kunnen door hun ziekte beperkt worden in hun carrièremogelijkheden of ze moeten afrekenen met situaties die ze oneerlijk of frustrerend vinden, zoals het altijd maar weer op de bloedglucosespiegel te moeten letten.
Omdat diabetes op elke leeftijd kan worden ontdekt, is het aan te raden dat diabetespatiënten en hun familie of naasten in alle openheid bespreken welke invloed de aandoening heeft op het leven van de patiënt, zodat de patiënt frustraties en emoties kwijt kan. Het zou heel stimulerend zijn als alle gezinsleden meededen aan de lichaamsbeweging uit het behandelplan en de dieetrichtlijnen opvolgden.
Als de ziekte bij een kind geconstateerd is, dan zijn er wellicht enkele sociale problemen te overdenken, zoals acceptatie door klas- of leeftijdgenoten, plagen of zelfs isolatie. Schoolleiding, leraren en schoolverpleegkundigen moeten van de diagnose op de hoogte worden gebracht en worden aangezet om leerlingen en klassen voor te lichten over diabetes en de gevolgen ervan op het dagelijks leven. Dat helpt om alle betrokkenen begripvoller, meer begaan en behulpzamer te maken.
Op de lange duur kan diabetes effect op de gezondheid hebben, maar een regelmatig bezoek aan een arts of diabetesverpleegkundige kan mogelijke problemen bijtijds aan het licht brengen. Veel complicaties van diabetes kunnen ook worden vermeden of gecorrigeerd door een dagelijks behandelplan aan te houden, bestaande uit een dieet, lichaamsbeweging en insulinetoediening om de bloedglucosespiegel op peil te houden. De patiënt wordt aangeraden actief een gezonde leefwijze na te streven en zijn diabetes onder controle te houden.
Diabetes kan momenteel nog niet worden genezen, maar er wordt volop onderzoek gedaan naar nieuwe hulpmiddelen, geneesmiddelen en behandelmethoden. Artsen en patiënten kunnen via diverse kanalen op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen rond de behandeling van diabetes.