Complicaties van diabetes
Je zou kunnen denken dat type 1 diabetes een aandoening is die alleen de alvleesklier aantast omdat de alvleesklier het orgaan is waar insuline wordt aangemaakt. Niets is echter minder waar. Na verloop van tijd kan type 1 diabetes verschrikkelijke gevolgen hebben voor iemand die verder gezond is, met complicaties uiteenlopend van storend gedrag tot overlijden.
Enkele complicaties van type 1 diabetes zijn:
- Een hartaandoening en beroerte
- Zenuwbeschadiging
- Retinopathie (een oogziekte die blindheid veroorzaakt)
- Erectiestoornis
- Slechte bloedsomloop
- Hypoglykemie (te lage bloedglucosespiegel)
- Nierziekte en nierfalen
- Gastroparese (een aandoening waarbij de maagspieren niet goed samentrekken)
- Tandbederf en tandvleesaandoeningen
- Infecties die niet genezen
- Amputatie van ledematen
Veel diabetespatiënten lopen minder risico op zulke complicaties als ze hun bloedglucosespiegel goed onder controle houden. Als zulke complicaties toch ontstaan dan worden ze minder ernstig als de bloedglucosespiegel goed gereguleerd is. Bij veel patiënten wordt type 1 diabetes echter al op jonge leeftijd vastgesteld. Dat maakt het moeilijk om het kind te leren hoe belangrijk controle over de bloedglucosespiegel voor zijn of haar algehele gezondheid is. Jonge tieners en jonge volwassenen worden zelfstandig en onttrekken zich langzamerhand aan het ouderlijk gezag. Helaas letten die jongeren op de middelbare school en de opleiding daarna soms niet meer zo goed op hun gezondheid als wel zou moeten, waardoor schade aan het hart en de nieren ernstige vormen kan aannemen.
Van nature is de puber- en adolescentieleeftijd de tijd voor ontdekkingen en opstandigheid. Een kind dat de dagelijkse controles moe is, kan daar laks in worden om zich net zo als de rest van de groep te kunnen voelen. Het is van wezenlijk belang dat ouders en artsen het patiënten met type 1 diabetes al op zeer jonge leeftijd duidelijk maken wat het risico en de ernst van de complicaties zijn. Het kind moet daardoor leren goed voor zichzelf te zorgen om complicaties te voorkomen.
Patiënten met type 1 diabetes lopen twee keer zo veel risico op een hartaandoening of een beroerte als mensen zonder diabetes. Dat komt doordat bloedglucose het afzetten van vet in bloedvaten bevordert. Hoe meer vet er wordt afgezet, des te groter is de kans op verstopte slagaderen. Daardoor ondervinden diabetespatiënten vaak veel eerder symptomen van hartaandoeningen dan een ander.
Als een diabetespatiënt ook rookt en alcohol gebruikt, dan neemt het risico op zenuwbeschadiging toe. Verhoogde bloedglucosespiegels, problemen met het afweersysteem waardoor ontstekingen ontstaan en de duur van de diabetes spelen allemaal een rol bij de omvang van de zenuwbeschadiging. Sommige diabetespatiënten hebben geen typische symptomen van een zenuwbeschadiging als een doof gevoel (dat overal in het lichaam kan optreden, ook in organen), tintelingen of pijn. 70% van alle diabetespatiënten heeft echter wel een of andere vorm van zenuwbeschadiging.
Een langdurig te hoge bloedglucosespiegel en hoge bloeddruk kunnen het netvlies, het glasvocht en de lens van het oog alsmede de oogzenuw beschadigen. In het oog bevinden zich kleine bloedvaatjes. Net als bij kransslagaderaandoeningen zorgt bloedglucose voor vetafzetting in deze bloedvaatjes, waardoor ze opzetten en verzwakken. Diabetespatiënten moeten elk jaar hun ogen laten onderzoeken op beschadigingen.
Een erectiestoornis (lichamelijke aandoening waabij een man regelmatig geen erectie kan krijgen of behouden die voldoende is voor bevredigende seksuele activiteit) is een complicatie van diabetes die het gevolg is van beschadiging van zenuwen en bloedvaten in de penis. Gelukkig is er in de loop van de jaren vooruitgang geboekt met medicatie en operaties waarmee diabetische mannen met dit probleem kunnen worden geholpen.
Nierziekte of nierfalen komt vaak voor bij patiënten met type 1 diabetes en kan al vóór de tienerleeftijd ontstaan. Zelfs wanneer de bloedglucosespiegel van de diabetespatiënt goed onder controle is, kan nierbeschadiging optreden. De nieren zorgen ervoor dat het lichaam zijn afvalstoffen kwijtraakt. Wanneer de nieren slecht werken, moet de diabetespatiënt aan de dialyse (een proces waarbij het bloed kunstmatig wordt gereinigd) om te voorkomen dat afvalstoffen zich in het lichaam ophopen. Bij ernstiger gevallen, wanneer de nieren helemaal niet meer werken, moet de diabetespatiënt een niertransplantatie ondergaan.
Wanneer het eten uit de maag te langzaam naar de dunne darm loopt, krijgt de patiënt met type 1 diabetes last van wat 'gastroparese' heet. Gastroparese is gewoonlijk het gevolg van beschadiging van maagzenuwen,waardoor de maag niet goed meer werkt. Diabetespatiënten met gastroparese kunnen last hebben van lichte of ernstige maagzuurklachten, pijn in de bovenbuik, misselijkheid, opbraken van onverteerd voedsel, een vol gevoel aan het begin van de maaltijd, een opgeblazen gevoel, gebrek aan eetlust, terugstromen van maaginhoud naar de slokdarm en maagkrampen.
Gastroparese wordt gevaarlijk als er te lang voedsel in de maag blijft staan en er zich bacteriën kunnen ontwikkelen. Diabetespatiënten zijn extra gevoelig voor infecties omdat bacteriën zich met glucose voeden. Ook kan voedsel hard worden als het te lang in de maag zit, waardoor het zonder medisch ingrijpen welhaast onmogelijk de dunne darm kan passeren.
Hoge glucosespiegels leiden tot tandbederf en tandvleesaandoeningen. Daarom is het belangrijk dat diabetespatiënten trouw naar de tandarts gaan en goed voor hun gebit zorgen. Poetsen, flossen en fluoridegebruik, vooral bij jonge kinderen die nog melktanden hebben, is belangrijk om gaatjes en tandverlies te voorkomen. Normaal gesproken zit de mond vol bacteriën, ook bij mensen die goed voor hun gebit zorgen. Bacteriën en glucose zijn geen goede combinatie: een kleine beschadiging van het mondslijmvlies leidt gemakkelijk tot een infectie.
Zoals hierboven al gezegd is, voeden bacteriën zich met glucose. Daarom moeten diabetespatiënten met een hogere glucosespiegel dan normaal goed op eventuele snij- en schaafwonden letten om ervoor te zorgen dat ze goed genezen en niet geïnfecteerd raken. Ledematen lopen een hoog risico op infectie. De bloedsomloop van diabetespatiënten kan gemakkelijk verslechteren, waardoor snij- en schaafwonden slecht genezen. Een verhoogde glucosespiegel en een vertraagde bloedsomloop samen, verhogen het risico op infecties bij patiënten met type 1 diabetes. Infecties die niet goed worden behandeld kunnen tot amputatie van ledematen leiden. Diabetespatiënten die infectieverschijnselen krijgen, moeten onmiddellijk naar hun dokter gaan om te worden behandeld.