Goede voeding

Een goede diabetesregulatie houdt sterk verband met wat we eten. Daardoor denken de meeste mensen dat er een speciaal dieet is waar diabetespatiënten zich aan moeten houden. Verrassend genoeg is er geen echt 'dieetplan voor diabetici'. Er zijn geen voedingsmiddelen die absoluut verboden zijn, en diabetes hebben betekent geen levenslange veroordeling tot flauw, saai voedsel. Integendeel. Het beste dieet bevat veel fruit, groenten en volkoren producten, met kleine hoeveelheden dierlijke producten en zoetwaren.

Het ideale voedsel voor diabetespatiënten is hetzelfde als voor iedereen. Wel is het belangrijk te weten dat dit niet betekent dat een diabetespatiënt nergens op hoeft te letten. Het is van essentieel belang om de bloedglucosespiegel zo gelijkmatig mogelijk te houden, wat een zorgvuldige planning en controle betekent. Wanneer de diagnose net gesteld is, kan het een tijdje duren voordat duidelijk is welk effect verschillende voedingsmiddelen op de bloedglucosespiegel van het lichaam hebben en wat de beste manier is om uw diabetes optimaal te managen. En omdat koolhydraten het grootste effect op de bloedglucosespiegel hebben, moet daar het meeste op worden gelet.

Uw eigen behandelplan maken
Of u nu een ouder bent van een kind met type 1 diabetes of als volwassene zelf probeert meer grip op uw diabetes te krijgen, er zijn een paar simpele dingen die u moet doen:

  1. Zelfvoorlichting: U moet leren welke voedselgroepen er bestaan en in welke groep de voedingsmiddelen passen die u gebruikt. Ook moet u de samenstelling van de verschillende voedingsmiddelen leren kennen – bijvoorbeeld hoeveel gram koolhydraten een grapefruit bevat, wat de voedingswaarde van een croissant is vergeleken met een snee volkorenbrood, enzovoort. Een bevoegde diëtist of voedingsdeskundige is van onschatbare waarde om u op gang te helpen. Verder kan hij/zij u helpen met boeken en tijdschriften die over dit onderwerp beschikbaar zijn.
  2. Een diabetesdagboek bijhouden: Houd bij wat u of uw kind allemaal eet en drinkt, plus de bloedglucosespiegels voor en na het eten. Dat is de beste manier om uw eigen behoeften of die van uw kind te leren begrijpen.
  3. Het maaltijdplan standaardiseren: De grootte van de porties is belangrijk, dat is dus ook iets dat geleerd moet worden. Het zal u verbazen te merken dat uw gewone 'portie' pasta uit drie of vier afgepaste porties bestaat. Een maaltijd moet bestaan uit voedingsmiddelen uit alle voedselgroepen. Maaltijden moeten regelmatig worden genuttigd, elke dag op hetzelfde tijdstip en elke dag dezelfde hoeveelheden voedingsstoffen. Bij uw ontbijt bijvoorbeeld kunt u telkens andere levensmiddelen gebruiken, maar de hoeveelheden eiwitten, zuivelproducten, granen en/of fruit moeten iedere dag gelijk zijn.
  4. Vooruit plannen: U zult merken dat het het beste werkt wanneer u meerdere maaltijden tegelijk plant, of op zijn minst alle maaltijden voor de komende dag.
  5. Dranken op waarde schatten: Water is voor diabetespatiënten net zo noodzakelijk als voor ieder ander. Water bevat geen koolhydraten of calorieën. Afgezien van water zijn dranken echter een belangrijke factor in uw planning. U moet rekening houden met zoetstoffen en melk in koffie en thee, en voorzichtig zijn met hippe drankjes waar suiker in kan zitten. Kijk uit voor koolhydraten op 'verborgen' plaatsen, zoals in water met een smaakje en dieetdrankjes. Raadpleeg de etiketten!
  6. Alcohol is toegestaan, maar met mate: Alcohol op een lege maag kan de bloedglucosespiegel gevaarlijk laten dalen. De symptomen van hypoglykemie (te lage bloedglucosespiegel) lijken op die van dronkenschap, laat het met drinken dus nooit zo ver komen. Gebruik nooit alcohol zonder er iets bij te eten.
Manieren om de glykemische index te plannen en te bewaken
De glykemische index (GI) is een instrument dat voedingsmiddelen met koolhydraten indeelt naar hun effect op de bloedglucosespiegel. Voedingsmiddelen onder in de index zorgen er over het algemeen voor dat de bloedglucose maar een klein beetje verandert, terwijl voedingsmiddelen boven in de index juist voor veel verandering zorgen. Hoe verder geraffineerd voedsel is, des te hoger de GI. Hoe meer vezels voedsel bevat, des te lager de GI. U kunt zich voorstellen dat voedingsmiddelen met veel enkelvoudige suikers, zoals taart, witbrood, baksels van witte bloem enzovoort, een hoge GI hebben, maar er zijn ook vezelrijke voedingsmiddelen, zoals aardappels, met een nog hogere GI. De meeste groenten bevatten weinig koolhydraten en hebben zelfs niet eens een GI-waarde.

De glykemische index kan een nuttig instrument zijn bij het onder controle houden van uw bloedglucosespiegel. Verschillende mensen kunnen echter heel verschillend reageren op dezelfde voedingsmiddelen, ondanks verwachtingen op basis van een hoge of lage GI. Ook spelen andere factoren een rol bij het effect van voedsel, bijvoorbeeld wat er tegelijkertijd nog meer wordt gegeten en hoe het eten bereid is. Sommige diëtisten vinden de GI ingewikkeld en zien de index als een moeilijke manier om te plannen en diabetes te managen.

Koolhydraten tellen
Zoals hierboven al is gezegd, hebben koolhydraten het meeste effect op de bloedglucosespiegel. Daarom is het tellen van het aantal grammen koolhydraten per maaltijd en tussendoortje een gemakkelijke manier om maaltijden te plannen en de bloedglucose te reguleren. Als u weet hoeveel koolhydraten een portie zuivelproducten, granen, fruit en groenten bevat, dan kunt u standaardiseren wat u per maaltijd en over de hele dag eet. Consistent zijn is het sleutelwoord hier.

Porties
Het indelen in porties helpt bij het standaardiseren van uw voedselplan. Dezelfde porties van verschillende soorten volkorengranen bijvoorbeeld bevatten evenveel koolhydraten en leveren dezelfde mix aan voedingsstoffen, vitaminen en mineralen. Weten wat een portie inhoudt, maakt het ook makkelijker om maaltijden met elkaar te vergelijken en afwisselender te maken.

Specifieke voedselgroepen
Het aantal porties dat elke dag uit de verschillende voedselgroepen moet worden gebruikt, verschilt van persoon tot persoon, afhankelijk van leeftijd, gewicht, persoonlijke doelstellingen en hoe de bloedglucose van het individu reageert op bepaald voedsel. Er zijn echter per voedselgroep enkele basale zaken waarmee rekening moet worden gehouden:

Vetten, oliën en snoep
Diabetespatiënten lopen meer risico op hartaandoeningen en beroerte, en vetrijke voeding verhoogt dit risico. Houd verzadigde vetten buiten uw dieet en gebruik kleine hoeveelheden enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetten en oliën. Laat u niet voor de gek houden door het ontbreken van koolhydraten in deze levensmiddelen – dat betekent namelijk niet dat u er zonder gevolgen net zo veel van kunt eten als u wilt. Snoep is voor diabetespatiënten niet verboden. Snoep is meestal echter sterk geraffineerd en bevat veel enkelvoudige suikers en koolhydraten, en moet daarom voorzichtig worden ingepast in het totale maaltijdplan. Wanneer u een donut eet, zult u de hoeveelheden andere koolhydraten die u dan ook eet moeten aanpassen, en misschien ook de dosis en het tijdstip van uw insulinetoediening.

Vlees en vleesvervangers
Dierlijke eiwitten bevatten geen koolhydraten en zijn een prima bron van bepaalde voedingsstoffen. Iedereen heeft er echter vrij weinig van nodig en daarnaast bevatten vlees en vleeswaren ook relatief veel vet en cholesterol. Plantaardige eiwitbronnen bevatten wel koolhydraten, daar moet dus ook rekening mee worden gehouden.

Zuivelproducten
Niet iedereen weet dat zuivelproducten veel koolhydraten bevatten en zorgvuldig in het dieet moeten worden ingepast. Zuivelproducten kunnen ook veel vet bevatten. Het is dan ook het beste om voor vetarme producten te kiezen of hele kleine porties vette melk, kaas en yoghurt te gebruiken.

Fruit en groenten
De meeste groenten bevatten weinig koolhydraten en veel vezels, hebben een hoge voedingswaarde en vormen daarom een belangrijk onderdeel van het maaltijdplan van diabetespatiënten. Fruit bevat vruchtensuiker en kan daardoor voor verwarring zorgen wat betreft het effect op de bloedglucosespiegel. Fruit heeft echter een hoge voedingswaarde, waardoor het een belangrijk onderdeel van een evenwichtig dieet is. Fruit dient net zo behandeld te worden als andere voedingsmiddelen met koolhydraten.

Granen
Levensmiddelen uit de granengroep maken voor iedereen, ook voor diabetespatiënten, het belangrijkste deel uit van gezonde voeding. Granen bestaan voor het grootste deel uit koolhydraten en hebben dus ook het meeste effect op de bloedglucosespiegel. Volkorengranen en zetmeelrijke groenten (zoals aardappelen en bonen) bieden tegenwicht tegen dat effect doordat ze veel vezels, vitaminen en mineralen bevatten en weinig vet en cholesterol. Smeer granen uit over de hele dag en kies voor de minst geraffineerde soorten, die hebben namelijk de hoogste voedingswaarde.

Eten op school
Type 1 diabetes wordt meestal op jonge leeftijd vastgesteld. Ouders die verantwoordelijk zijn voor de gezondheid van hun kind maken zich natuurlijk zorgen over de tijd op school, waar het kind het grootste deel van zijn dag doorbrengt. Hier zijn een aantal zaken die het overwegen waard zijn:
  • Ga praten met alle betrokkenen op school, het liefst vóór aanvang van elk schooljaar. Het gaat dan niet alleen om leraren, maar ook om de schoolverpleegkundige en het personeel dat de maaltijden verzorgt.
  • Ga na welke rechten uw kind als (diabetes)patiënt heeft en maak mensen hierop attent.
  • Zorg ervoor dat iedereen begrijpt waarom uw kind op bepaalde, mogelijk niet algemeen geaccepteerde, tijdstippen moet eten.
  • Zorg voor voedsel en medicatie voor uw kind, en geef aan dat het kind de mogelijkheid moet krijgen om de glucosecontrole uit te voeren.
  • Zoek uit wat een schoolkantine te bieden heeft en of dit in te passen is in het maaltijdplan van uw kind, of geef alleen eten van thuis mee.
  • Onderzoek welke fondsen u ter beschikking staan om ervoor te zorgen dat uw kind op school de best mogelijke zorg krijgt.
Bovenstaande is niet meer dan een oppervlakkige bespreking van de voedingsbehoefte van diabetespatiënten en wat daarbij komt kijken, maar u hebt nu tenminste een uitgangspunt waarop u uw eigen, specifieke planning kunt baseren. Type 1 diabetes vereist een continue en levenslange aandacht, maar met een zorgvuldige voorbereiding en met een goede inschatting van uw persoonlijke situatie kunt u een zeer hanteerbare routine opbouwen.