Lichaamsbeweging

Lichaamsbeweging is essentieel bij diabetes, maar moet wel zorgvuldig gebeuren. Diabetespatiënten die met gezonde voeding en insulinetoediening hun ziekte met succes onder controle hebben gekregen, kunnen verder baat hebben bij een actieve leefwijze omdat lichaamsbeweging goed is voor de bloedsomloop en de werking van hart en longen. Iedereen die aan lichaamsbeweging doet, krijgt meer energie en houdt het lichaamsgewicht beter onder controle. 

Een waarschuwing is echter wel op zijn plaats. De bloedglucosespiegel van diabetespatiënten moet goed onder controle zijn (dat wil zeggen consequent tussen 100 - 200 mg/dl (5,5 - 11,1 mmol/L) zo'n 30 tot 60 minuten na de maaltijd) anders kan lichaamsbeweging bij diabetespatiënten een te lage bloedglucosespiegel veroorzaken. 

Hoe kan lichaamsbeweging een slechte uitwerking hebben? Dat is eenvoudig. Net als insuline verlaagt lichaamsbeweging de bloedglucosespiegel omdat de spieren glucose gebruiken om kracht te kunnen leveren. Een glucosespiegel lager dan 100 mg/dl (11,1 mmol/L) vóór de lichamelijke inspanning kan net zo gevaarlijk zijn als lichaamsbeweging bij een te hoge spiegel. Een bloedglucosespiegel van 250 mg/dl (13,8 mmol/L) of meer, of de aanwezigheid van ketonen in de urine kan eveneens gevaarlijk zijn.

Diabetespatiënten kunnen beter geen lichamelijke inspanning verrichten terwijl ze een hoge of een lage bloedglucosespiegel hebben. De bloedglucosespiegel moet nauwgezet worden gecontroleerd en gecorrigeerd door middel van extra koolhydraten of insulinetoediening.

Dat kan soms ontmoedigend zijn voor diabetespatiënten die graag actief bezig zijn. Dat betekent niet dat iemand met type 1 diabetes niet kan bewegen. Het betekent alleen maar dat er meer zorg en planning nodig is om er voor te zorgen dat er tijdens de lichamelijke activiteiten geen complicaties ontstaan. Als de bloedglucosespiegel van diabetespatiënten constant goed gereguleerd is dan is er helemaal geen reden om de lichaamsbeweging te beperken. Dagelijks sporten en zware lichamelijke inspanning kunnen de bloedsomloop stimuleren en wordt ook aangeraden. Maar ook een goed gereguleerde bloedglucosespiegel moet constant worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat de glucosespiegel niet te veel stijgt of daalt. 

Een voorbeeld: een patiënt met type 1 diabetes heeft de bloedglucose goed geregeld met een nuchtere bloedglucosespiegel van bijna 100 mg/dl (11,1 mmol/L) of lager. Hij of zij moet dan wel extra koolhydraten gebruiken vóór de lichamelijke inspanning om de bloedglucosespiegel te verhogen, omdat er tijdens de lichaamsbeweging extra glucose wordt verbrand. Daardoor wordt hypoglykemie na de lichaamsbeweging voorkomen. Na zware lichamelijke inspanning moet de bloedglucosespiegel opnieuw worden gecontroleerd. 

Bij een bloedglucosespiegel van hoger dan 250 mg/dl (13,8 mmol/L) moet inspanning worden vermeden tot de spiegel gedaald is. 

Tips voor actieve diabetespatiënten: 
  • Leer je lichaam kennen door je bloedglucosespiegel consequent te meten. 
  • Zorg ervoor dat je lichaamsbeweging plant overeenkomstig de insulinecontroles en de maaltijden. Lichaamsbeweging te lang na het eten kan problemen geven en tot hypoglykemie leiden, of erger nog: een diabetisch coma. 
  • Zorg ervoor koolhydraatrijke voeding bij de hand te hebben die u tijdens en na zware inspanning snel kunt innemen. 
  • Beperk uw lichaamsbeweging tot 40 minuten of korter om ervoor te zorgen dat u geen hypoglykemie krijgt. 
  • Als u met een oefenprogramma begint nadat u weinig actief bent geweest, raadpleeg dan uw arts om na te gaan of de activiteiten waarvoor u gekozen hebt geen problemen gaan opleveren gezien uw bloedglucosespiegels van dat moment. 
  • Werk samen met uw arts een activiteitenschema uit. Het kan zijn dat u na lichaamsbeweging een poosje moet wachten met insuline spuiten om te voorkomen dat uw glucosespiegel plotseling daalt. 
  • Zorg goed voor uw voeten door ze voor en na de lichaamsbeweging te inspecteren. Draag goed zittende sportschoenen en gladde sokken om schuren te voorkomen. Als u eeltplekken of snijwonden heeft, behandel die dan onmiddellijk. 
  • Ga nooit sporten zonder uw diabetespas of zonder dat iemand weet dat u diabetes hebt. Als u bijvoorbeeld een sport beoefent, zorg er dan voor dat uw teamgenoten of trainers weten dat u diabetes hebt en hoe ze kunnen herkennen dat u er problemen zijn.
  • Drink veel vocht terwijl u bezig bent. Niet alleen moet u uw vochttoestand op peil houden, maar als u zware inspanning verricht, verbrandt u ook veel glucose die u moet aanvullen met koolhydraatdrank (geen water of dieetdrankjes). 
  • Maak er een gewoonte van dat u glucosetabletten of harde snoepjes in uw sporttas meeneemt, zodat u suiker bij de hand hebt als dat plotseling nodig is. 
  • Let op de waarschuwingssignalen van te veel inspanning. Als u zich duizelig, misselijk of zwak voelt worden of als u pijn op de borst of onder uw oksels krijgt, stop dan onmiddellijk met uw activiteit. Wacht 15 minuten om te zien of u zich beter gaat voelen. Zo niet, bel dan uw arts of diabetesverpleegkundige. 
  • Vergeet niet dat de effecten van lichamelijke inspanning niet onmiddellijk te merken zijn. 
  • Hypoglykemie treedt vaker vier tot zes uur na de inspanning op dan onmiddellijk na de inspanning, wat patiënten met type 1 diabetes een vals gevoel van veiligheid geeft. Daarom is controle van de bloedglucosespiegel zo belangrijk. Laat angst voor te veel inspanning u echter niet weerhouden van lichaamsbeweging. 
Lichaamsbeweging is een prima manier om uw lichaam in vorm en uw diabetes onder controle te houden, zolang u de controles zorgvuldig en veelvuldig uitvoert.