Orale glucosetolerantietest
De laatste test is de orale glucosetolerantietest. De patiënt moet 10 tot 16 uur nuchter blijven (meestal 's nachts) voordat de test wordt uitgevoerd. Er mag wel water worden gedronken. Als eerste wordt bloed afgenomen en de uitgangswaarde van de bloedglucosespiegel bepaald. In afwachting van de uitslag van deze test krijgt de patiënt een drankje met veel suiker (75 gram glucose) te drinken. Zwangere vrouwen krijgen een drankje met nog meer suiker (100 gram glucose) te drinken.
30 minuten na het drinken van het suikerdrankje is de glucose uit het drankje in het bloed opgenomen en wordt nogmaals een test gedaan. Dit wordt nog enkele keren herhaald, namelijk 1, 2 en 3 uur na het innemen van het suikerdrankje. Aan de hand van de uitslagen van deze 5 tests wordt gekeken hoe het lichaam op de toegediende glucose heeft gereageerd.
Degene die getest wordt, moet verder goed gezond zijn, anders zijn de testuitslagen mogelijk niet betrouwbaar. Helaas is zoiets simpels als een verkoudheid of een griepje al genoeg om de uitslagen zo te vervormen dat ze niet meer kloppen. Ook is het beslist noodzakelijk dat de patiënt nuchter is bij aanvang van de test. Zelfs het drinken van zwarte koffie of het roken van een sigaret kan de bloedglucosespiegel al veranderen.
Tijdens de uitvoering van de orale glucosetolerantietest mag de patiënt niets doen. Tussen het afnemen van het bloed in kan het beste een boek worden gelezen of tv worden gekeken om de tijd te doden.
Door vijf keer bloed te onderzoeken (één keer voor en vier keer in de periode van drie uur na het drinken van het suikerdrankje) is te zien hoe de bloedglucosespiegel in de loop van de tijd verandert. Iemand zonder diabetes krijgt een piek in de bloedglucosespiegel, die daarna weer snel naar het normale peil terugkeert. Iemand met diabetes echter verwerkt het suikerdrankje niet goed: de bloedglucosespiegel piekt en daalt daarna slechts langzaam en geleidelijk. Als uit de orale glucosetolerantietest een hoge bloedglucosespiegel naar voren komt, dan wordt deze test nog een keer herhaald voordat de diagnose 'diabetes' formeel wordt gesteld. Dat wordt gedaan om er zeker van te zijn dat de testuitslagen niet door externe factoren zijn beïnvloed.